Magda glimlacht bitter wanneer ze denkt aan het sprookje van de ridder en de kuise jonkvrouw naverteld door de trouwe, naieve student.
Ze denkt aan haar gezellinnen: Mary die zich laat kussen door gelijk wie voor ‘n glas reklaam sherry-porto. Dolly en Fred, gehuwd, die zich elke zondag bedrinken tot ze nedervallen en in het vuil liggen te wentelen. John die ganse avonden biljart in z’n hemdsmouwen; Paul die naar kroegen loopt waar gepoederde jonge mannen met rode lippen, gekohlde ogen en afgesneden wenkbrouwen hem met schelle vrouwenstemmen vragen hen te vergezellen; Judith het tengere bonde jodinnetje met het madonna hoofdje, in vergevorderde zwangerschap, die Lode de buik instampte toen ze hem vroeg zich niet in het openbaar te vertonen met z’n gore vriendinnen. Judith die nu ergens in ‘n asiel voor armen ligt te kreperen, terwijl haar man in de gevangenis gans de dag z’n hoofd tussen de stangen van het nauwe venster tracht te wringen als ‘n gevangen roofdier…
Ze denkt aan de student. Aan de vele schone uren. Aan de noodzakelijke scheiding. De eerste dagen scheen haar alles ijl en leeg. Ze leefde als in ‘n droom. Hier ‘n nachtmerrie. En ‘s morgens waren haar lakens natgeweend en deden haar rood-gerande ogen pijn.
Toch waren de sterren niet gevallen, reden de trams, en was het uitzicht der dingen als gewoonlijk. Ze herinnert zich dat toen ze met Clementine sprak over haar leed, deze onverschillig de schouders ophaalde. En met krakende stem antwoordde: Bah! Wat heeft jouw kleine leed, jouw kleine vreugde en jouw kleine beleven belang. Wat is dat alles klein en leeg en onbelangrijk in vergelijking met het lijden, het strijden en het verzuchten van de miljoenen naamloze proletariƫrs.
Clementine sprak haastig, haastig als ‘n laatste herhaling van ‘n van buiten geleerde les reeds honderd maal herhaald. ‘n Helrode koorts-blos verfde Magda’s bleke wangen rood. Voor het eerst voelde ze dat ze ‘n mens haatte. ‘n Gevoel waarover ze zich wondelijk genoeg niet schaamde.
“Heden bij het ter perse gaan vernemen we dat prins…” En tussen de ongelijke regels, ruikend naar petroleum en machines verschijnt het grote, bleke hoofd van de kleine student die eenmaal vroeg of hij haar mocht kussen…
Arbeiders aller landen verenigt u. Viert het feest van de arbeid. Tegen de reactie. Tegen de oorlog, tegen de bourgeoisie… Leve Lenin, Marx, het communisme, de derde internationale.
‘n Man met ‘n elastieken breukband gaat voorbij. Je hebt gelijk Mijnheer, Dr. Spylers’ breukbanden met vernieuwbare onderdelen zijn veruit de beste.