De liefde
Ik zou het echt fijn vinden mocht u het grote nieuws nog even stil willen houden. Er is een nieuwe liefde in mijn leven. Voldoende reden om dit uit te brullen, vindt u. Niet zo. Het is wèl zo, dat ik mijzelf - al sinds de eeuwwisseling zowat - heb aangepraat mij niet meer met dergelijke futiliteiten in te laten.
Mede mijn lijstje “Tien-prangende-zaken-die-je-over-mij-moet-weten-voor-je-ik-hou-van-jou-zegt” blijkt daartoe een geniaal instrument met hoge ontmoedigingswaarde te zijn geweest. Het is ook zo, dat wij elkaar nog maar vier dagen geleden hebben ontmoet. Voor het eerst. Dit is allemaal zo broos, zo afwachtend, zo onwerkelijk nog. Het is als met Sinterklaas eigenlijk, je krijgt nooit wat je verlangt en toch ligt er een knoop in je darm. Dàt gevoel.
Elke dag zien wij elkaar. En maken een wandeling van zowat een uurtje. Soms in het park, soms in een echt bos. Niet veel soeps, maar zij houdt ervan. En wij kennen elkaar in feite nog helemaal niet, het is een begin. Van stapel lopen is je in de vernieling lopen, dat weet ik. Het valt op, zij weet met haar vreugde geen blijf als ik haar, onder het alziend en goedkeurend oog van haar hospita, met veel verwachting op kom halen. Een groot prater is zij niet. Sommige ervaringen zwijg je liever dood, daar kan ik inkomen. En wat je niet zegt, wordt je later ook niet verweten. Maar luisteren kan zij als de beste. Het bestaat dus nog.
Een uurtje, mits enkele diplomatische adempauzes en stiltes, kan ik best wel volpraten, dat treft. Nu ik haar zo bekijk, erg knap is zij niet. Het moet gezegd. Een ruw kantje heeft zij. Een beetje wild, misschien. Veel concurrentie hoef ik niet te vrezen, zoveel is duidelijk. Maar zij is lief. En ik kan dat ook soms wel zijn. Ik voel aandacht en zie begrip in haar donkere ogen, ook haar dankbaarheid en zelfs hoop kan ik zien. En zowaar angst als wij half onder het gebladerte terug op haar stoep staan. Ik schrik er telkens van. Van die tragiek die je met je sleept omdat het onuitgesproken en onbegrepen blijft.
“25 november” roept de dame als zij mij in het oog krijgt. ”Wat dan op 25 november?” vraag ik, hoogst verbaasd. ”Dan doet de rechtbank uitspraak. Dan weten wij of zij terug naar haar baasje moet of hier kan blijven. In dat geval kan je haar adopteren, weet je?”.
Het hondenasiel is altijd al karig met informatie geweest.
Een nobele daad, beste Dieu. En adoptie zou tof zijn.