Van de diensten van De Post maak ik al een vijftal jaren een quasi dagelijks gebruik. De loketbedienden vertrouw ik dan ook op hun blauwe ogen niet meer.
Het is 16 uur als ik als een natte poedel in het postkantoor een ticket uit de automaat haal, ik ben de enige bezoeker.
Christian Gevolgddoorachtcijfers overgewicht de hem toegemeten ruimte achter het glas. Alweer een nieuw gezicht, stel ik vast. Mijn postkantoor is een beruchte kweekvijver voor de met vrucht geslaagde ex-zelfstandigen die nog in extremis een minimumpensioen willen veilig stellen.
“Hebt gij wel een ticket genomen, madam?”
Ik mag dan wel vollopen met allerlei vooroordelen, aan mij zal je dat niet merken. Ik schuif zachtjes mijn ticket onder het glas, mijn pakje voor Saoedi-Arabië eveneens.
Christian Achtcijfers klungelt wat aan, net lang genoeg om mijn argwaan te wekken. Ik weet uit ervaring dat het tarief voor mijn pakje 5,40 euro is.
Voor het verdict valt, vraag ik dan ook, beleefd zoals ik doorgaans wel ben, ”hoeveel hebt u op mijn pakje gekleefd, mijnheer?”
“9 euro”, zegt Christian.
“En volgend jaar zal dat 15 euro zijn”.
“Het spijt me, mijnheer, maar ik ben het daar niet mee eens”. De dame die na mij het kantoor is binnengekomen, schatert het uit. Christian besluit daarop ditmaal niet zuinig uit de hoek te komen.
“Het kan niet in de brievenbus”.
“Neem mij niet kwalijk, dit kan wèl in de brievenbus, dit is een niet-genormaliseerde zending, rest van de wereld, 245 gram, formaat 230 x 300, dus 5,40 euro”.
“Het is één centimeter te groot”.
“Het is precies 23 cm. Wilt u het even op uw model leggen?”
Zeer tegen zijn zin, legt Christian mijn pakje op het model-van-de-waarheid dat hij als onderlegger gebruikt.
Mijn pakje past er precies in.
Een collega komt kijken en ziet dat mijn pakje mooi binnen de lijntjes ligt. Met een beetje schroom zegt zij dat ook.
“Het is één centimeter te groot”. Christian weer.
De hiërarchie wordt erbij gesleurd. Het pakje past wel degelijk.
“Neen, het is één centimeter te groot”.
Bezwijkend onder het kordate oordeel en de te verwachten evaluatie van zijn souschef, begint Christian met stijgend cholesterol de kleefzegel van 9 euro van mijn pakje af te pellen. ”Ik hoop dat zij het terugkrijgt” voegt hij er klantvriendelijk aan toe.
Het afpellen lukt hem niet, de klever scheurt in een vijftal stukjes.
“Er zijn nog wachtende klanten, madam”.
“Dat weet ik, mijnheer, ik ben ook een klant”.
Hij maakt een nieuwe kleefzegel van 5,40 euro aan. Hij zwijgt. Hij mokt.
De gelegenheid is te mooi, ik kan deze stilte niet onbenut laten.
“U zal mij niet gauw vergeten, mijnheer, ik u ook niet”.
“Nog iets, madam?”
Dit is mijn magisch moment. Ik heb even getwijfeld of ik het hem zou aandoen.
“Ja, nog een Multi Quick Pick van 10 euro, mijnheer”.
Bij elke nieuweling in dit kantoor breekt nu gegarandeerd het koude zweet uit. Ook dat weet ik uit ervaring.
“Voor de trekking van woensdag?”
“Neen, mijnheer, een Multi Quick Pick. Voor de trekking van woensdag, vrijdag en zaterdag”.
Christian trekt nu voluit mijn productkennis en mijn geestelijke vermogens in twijfel.
“Dat bestaat niet. Het is het een, of het ander, madam”.
Hij slooft zich nu uit. Hij bloost. Dit is zijn terrein, hier kan hij mij vermorzelen.
Stoïcijns, beminnelijk glimlachend, blijf ik zijn opgewonden uitleg aanhoren. Blindelings loopt hij in mijn gerichte aanval.
De souschef troont hem zwijgend mee naar het toestel en wijst hem de Multi Quick Pick-knoppen aan. ”Dat wist ik niet” hoor ik hem stamelen.
“Van 10 euro, madam?”
Om 16h29 legt hij het kasticket en de
formulieren in de schuiflade.
Ik dank deze eenmansramp van harte.
Tiens, gij ook al !