Alhier geen 710 domme blondjes voorradig

2009 april 16
by dieu

Maar ze bestaan wel, die 710 moppen. En ik heb ze allemaal gelezen en goedgekeurd, daarom dat ik er niet meer mee kan lachen als ze mij voor de twaalfendertigste keer voorgeschoteld worden.

Hopelijk kan ù nog lachen met deze:

paaswensje

Update 01 – Den Druugen kan er alvast niet mee lachen. Vindt zichzelf véél grappiger.

Update 02 – Vooral die mop over FDW! Ambiance!

De loketbediende

2009 april 6
by dieu

Van de diensten van De Post maak ik al een vijftal jaren een quasi dagelijks gebruik. De loketbedienden vertrouw ik dan ook op hun blauwe ogen niet meer.

Het is 16 uur als ik als een natte poedel in het postkantoor een ticket uit de automaat haal, ik ben de enige bezoeker.

Christian Gevolgddoorachtcijfers overgewicht de hem toegemeten ruimte achter het glas. Alweer een nieuw gezicht, stel ik vast. Mijn postkantoor is een beruchte kweekvijver voor de met vrucht geslaagde ex-zelfstandigen die nog in extremis een minimumpensioen willen veilig stellen.

“Hebt gij wel een ticket genomen, madam?”

Ik mag dan wel vollopen met allerlei vooroordelen, aan mij zal je dat niet merken. Ik schuif zachtjes mijn ticket onder het glas, mijn pakje voor Saoedi-Arabië eveneens.

Christian Achtcijfers klungelt wat aan, net lang genoeg om mijn argwaan te wekken. Ik weet uit ervaring dat het tarief voor mijn pakje 5,40 euro is.

Voor het verdict valt, vraag ik dan ook, beleefd zoals ik doorgaans wel ben, ”hoeveel hebt u op mijn pakje gekleefd, mijnheer?”

“9 euro”, zegt Christian.
“En volgend jaar zal dat 15 euro zijn”.

“Het spijt me, mijnheer, maar ik ben het daar niet mee eens”. De dame die na mij het kantoor is binnengekomen, schatert het uit. Christian besluit daarop ditmaal niet zuinig uit de hoek te komen.

“Het kan niet in de brievenbus”.

“Neem mij niet kwalijk, dit kan wèl in de brievenbus, dit is een niet-genormaliseerde zending, rest van de wereld, 245 gram, formaat 230 x 300, dus 5,40 euro”.

“Het is één centimeter te groot”.

“Het is precies 23 cm. Wilt u het even op uw model leggen?”

Zeer tegen zijn zin, legt Christian mijn pakje op het model-van-de-waarheid dat hij als onderlegger gebruikt.

Mijn pakje past er precies in.

Een collega komt kijken en ziet dat mijn pakje mooi binnen de lijntjes ligt. Met een beetje schroom zegt zij dat ook.

“Het is één centimeter te groot”. Christian weer.

De hiërarchie wordt erbij gesleurd. Het pakje past wel degelijk.

“Neen, het is één centimeter te groot”.

Bezwijkend onder het kordate oordeel  en de te verwachten evaluatie van zijn souschef, begint Christian met stijgend cholesterol de kleefzegel van 9 euro van mijn pakje af te pellen. ”Ik hoop dat zij het terugkrijgt” voegt hij er klantvriendelijk aan toe.

Het afpellen lukt hem niet, de klever scheurt in een vijftal stukjes.

“Er zijn nog wachtende klanten, madam”.

“Dat weet ik, mijnheer, ik ben ook een klant”.

Hij maakt een nieuwe kleefzegel van 5,40 euro aan. Hij zwijgt. Hij mokt.

De gelegenheid is te mooi, ik kan deze stilte niet onbenut laten.

“U zal mij niet gauw vergeten, mijnheer, ik u ook niet”.

“Nog iets, madam?”

Dit is mijn magisch moment. Ik heb even getwijfeld of ik het hem zou aandoen.

“Ja, nog een Multi Quick Pick van 10 euro, mijnheer”.

Bij elke nieuweling in dit kantoor breekt nu gegarandeerd het koude zweet uit. Ook dat weet ik uit ervaring.

“Voor de trekking van woensdag?”

“Neen, mijnheer, een Multi Quick Pick. Voor de trekking van woensdag, vrijdag en zaterdag”.

Christian trekt nu voluit mijn productkennis en mijn geestelijke vermogens in twijfel.

“Dat bestaat niet. Het is het een, of het ander, madam”.

Hij slooft zich nu uit. Hij bloost. Dit is zijn terrein, hier kan hij mij vermorzelen.

Stoïcijns, beminnelijk glimlachend, blijf ik zijn opgewonden uitleg aanhoren. Blindelings loopt hij in mijn gerichte aanval.

De souschef troont hem zwijgend mee naar het toestel en wijst hem de Multi Quick Pick-knoppen aan. ”Dat wist ik niet” hoor ik hem stamelen.

“Van 10 euro, madam?”

Om 16h29 legt hij het kasticket en de
formulieren in de schuiflade.

Ik dank deze eenmansramp van harte.

(Via)

 

Mourir auprès de mon amour

2009 maart 31
by dieu

Luister, en verdiep u daarna in de tekst.

Opgedragen aan mijn lieve zus, die binnenkort dit land vaarwel zegt om een nieuw leven onder de Griekse zon te beginnen. Vaya con dios, zussie.

Hebt u vandaag uw f**** al in uw v**** gestoken?

2009 maart 24
by dieu

De titel van deze post is geheel voor rekening van de schrijver waarvan sprake in dit artikel.

Er zijn zo van die dagen dat een mens zich afvraagt of het eigenlijk allemaal wel de moeite loont. Of het niet beter zou zijn om het leven z’n gewone gangetje te laten gaan, zonder al te veel bekommernissen, of toch in ieder geval niet méér bekommernissen dan nodig.

Zou het kunnen dat een onweerstaanbare drang ieder gevoel voor matiging beïnvloedt? Of is het eerder een onweerstaanbare drang om gebeurtenissen in hun juiste proporties weer te geven?

Ik weet het niet. Feit is dat een aantal uitspraken die hier, hier en op dit weblog verschenen zijn mij een onbehaaglijk gevoel geven. Moet ik de raad van sommige commentatoren opvolgen en van een vlieg geen olifant maken, of moet ik mij daarentegen de huid laten volschelden zonder daar op enigerlei wijze op te reageren? Zou u het leuk vinden om achtereenvolgens een beuzak, een lafaard, een kruiperige worm, een incompetente pretentieuze luizige ambtenaar genoemd te worden?

En wat te denken van een ex-medewerker aan een populair stadsblog die zich in dergelijke termen uitdrukt?

Neen, eerlijk, ik vraag me af wie hier nu eigenlijk de onnozelaar is.

Bezinning

2009 februari 26
by dieu

Wij zitten een avond bij elkaar: vrienden vanouds. De glazen zijn genadig, de spruitjes feilloos. Soms zegt iemand: je ziet er goed uit. Er is gedeelde tijd door ons heen gegaan, dat schept mildheid en samenhang.

Wij wisselen woorden uit als kleine strelingen en wij weten: alles is afscheid. Daar proberen wij mee te leven.

Waar wij het over hebben: tijdzones. Nù zijn er kinderen, vroeger waren we dat zelf, daartussen zijn er ouders gestorven. Straks lopen ook wij af en gaan zij door. Tijden beginnen, tijden lopen, tijden wisselen. Allemaal vanzelfsprekend. Maar hoe wij dat allemaal door elkaar doen: soms zijn de dagen onmogelijke klimladders. Klimt er een kind op onze levende schoot, dan klimmen wij steeds vaker zelf in het hoofd op een dode schoot van vroeger. En dan stijgen herinneringen als vocht in onze lichamen.

Iedereen van ons is al dakloos. De ene helemaal, de andere half.

Ouders zijn puntdaken. Eerst valt de ene helft weg, later de andere. Soms tegelijk. Dan staat het bestaan in de open lucht, dan tocht het ineens verschrikkelijk om ons heen. Overal ademtochten door elkaar. Vervolgens moeten wij zelf dak worden.

En niets zo dakloos als het dak zelf.

Dat is het moeilijkste, stellen wij vast: hoe gerimpeld ook, alles blijft een kind. Maar ooit worden alle ouders wezen en alle wezen ouders. En van het grootste belang: hoe wij afscheid nemen.

Iemand onder ons heeft het helemaal kunnen doen, dagenlang dàg zeggen. Iemand maar half, iemand helemaal niet. Het scheelt een leven lang in het verdriet.

Later, wanneer wij moe zijn van spreken, uren en wijn, gaan wij uit elkaar. Omhelzing hier, zoen daar. Iemand zegt, tot binnenkort. Alle lichamen knikken. Het afscheid is opgeschort. Meer kunnen wij niet doen: het afscheid omhelzen en over- en overdoen.

Bron: DeMorgen, Dakloos, Camps&Dewulf, Bernard Dewulf, 20-10-2008