De chatter
Chatters zouden wettelijke bescherming moeten genieten. De verplichte vermelding “Deze activiteit is nefast voor elk facet van uw gezondheid” zou elke chatruimte in tekengrootte 36 moeten voorafgaan. In het rood, en met uitroeptekens, indien gelinkt aan de messenger van datingsites.
Deze opslorpende, vernietigende bezigheid hoort immers thuis in het weinig verheffende rijtje verslavingen, als daar zijn, in alfabetische volgorde, alcoholverslaving, drugsverslaving, eet- of eetnetnietverslaving, gokverslaving, gsm-verslaving, internetverslaving, pillenverslaving, sexverslaving en tabaksverslaving en zou dus de tweede plaats innemen.
Chatverslaving leidt immers onafwendbaar tot minstens één, zoniet tot alle hierboven vermelde assuétudes. Laat me vooral duidelijk zijn, ik heb het dus niet over het sporadische gedrag van omaatje langs moederszijde, dat via haar 10-jarige kleinzoon in Zuid-Afrika probeert uit te vissen of zijn ouders nog wel samen slapen. Deze wetenschap zal opoe langs vaderszijde worst wezen, zij weet wel beter. Noch over de dementerende pogingen van vrouwen met mooie rondingen, gelijkgefiguurden het geheim te ontfutselen, hoe zij erin geslaagd zijn of alsnog hopen te slagen in hun afslankend opzet uitermate storende hobbels en bobbels nog voor de Turkije-vakantie weg te werken. Waarvoor àlle respect, ik kan daar inkomen.
Neen hoor, ik heb het over de keiharde uiterst gevaarlijke business, over het Kerkhof van Gevoelige Zielen. Laat Elke Hoop Varen Gij Die Deze Daterschatruimte Binnentreedt. De Chatboxtragiek, Het MSN-Gevaar, Het Skype-Syndroom. Chatten als haast onvermijdelijke stap 2 na het meestal bewust kort gehouden eerste contact (stap 1) dat internetdaters van beider kunne, of ook wel van gelijke kunne, via datingsites met elkaar plegen te leggen.
Ten behoeve van niet-ingewijden, het begint met een pop-up. Of met een miniem berichtje. “Hallo, mooi (oftewel: leuk) profieltje heb jij”. “Klassedame, je ziet er zo jong uit voor je leeftijd, zo sensueel”. “Prachtige foto’s, je oogt fantastisch! Sexy jurkje trouwens”. “Ik val op oudere vrouwen, mijn mooiste ervaring heb ik gehad met een leeftijdsgenote van je”. “Zullen we eens kennismaken?”. Oftewel: “Kan ik je verleiden tot een kennismaking?” indien de afzender slechts voor het tweede werkwoord interesse heeft. “Ik kan nauwelijks wachten”. “Je kan me bereiken op MSN….”.
Zulkdanig moois mag je verwachten van kerels in de leeftijdscategorie 35-48, overwegend gehuwd, en tijdens de werkuren. Sommige die-hards verkiezen een meer directe aanpak: “Zin in een stevige sexpartij?”. “Voel je iets voor BDSM?”. “FF BFF?” (toegegeven, ik heb het moeten opzoeken, ik vreesde even dat zijn klavier het liet afweten).
“Vind jij ook dat penetratie altijd moet?”. “Word je graag gelikt?”. “Zullen we op MSN overgaan? Dat bekt beter”. Oftewel: “Dat praat gemakkelijker”, indien de afzender iets minder taalgevoelig is.
Leeftijdscategorie 22-32 probeert het iets ludieker: “Hoi (oftewel: hey), hartelijk gelachen hoor, mmmm, pittig, gevoel voor humor, I love it! Waar hààl je zoiets? Heb je MSN?”. Dit als antwoord op mijn expliciete oproep dat jonge snaken die uit wanhoop en/of faalangst de drang voelen opborrelen een blik bejaarden open te trekken, zich van elke reactie dienen te onthouden.
Of nog, de categorie high level altruïsten: “Mag ik je geheel vrijblijvend en zonder verplichtingen of bijbedoelingen een héérlijke relax-massage aanbieden? Het is uiteraard gratis, het is een hobby van me. We kunnen eerst samen iets gaan drinken, je kan dan nog beslissen, aarzel vooral niet contact met me op te nemen via MSN….”.
De MSN-valkuil (stap 2) gaapt onherroepelijk voor de onschuldige onervaren ziel die hier intuint.
De liefde
Ik zou het echt fijn vinden mocht u het grote nieuws nog even stil willen houden. Er is een nieuwe liefde in mijn leven. Voldoende reden om dit uit te brullen, vindt u. Niet zo. Het is wèl zo, dat ik mijzelf - al sinds de eeuwwisseling zowat - heb aangepraat mij niet meer met dergelijke futiliteiten in te laten.
Mede mijn lijstje “Tien-prangende-zaken-die-je-over-mij-moet-weten-voor-je-ik-hou-van-jou-zegt” blijkt daartoe een geniaal instrument met hoge ontmoedigingswaarde te zijn geweest. Het is ook zo, dat wij elkaar nog maar vier dagen geleden hebben ontmoet. Voor het eerst. Dit is allemaal zo broos, zo afwachtend, zo onwerkelijk nog. Het is als met Sinterklaas eigenlijk, je krijgt nooit wat je verlangt en toch ligt er een knoop in je darm. Dàt gevoel.
Elke dag zien wij elkaar. En maken een wandeling van zowat een uurtje. Soms in het park, soms in een echt bos. Niet veel soeps, maar zij houdt ervan. En wij kennen elkaar in feite nog helemaal niet, het is een begin. Van stapel lopen is je in de vernieling lopen, dat weet ik. Het valt op, zij weet met haar vreugde geen blijf als ik haar, onder het alziend en goedkeurend oog van haar hospita, met veel verwachting op kom halen. Een groot prater is zij niet. Sommige ervaringen zwijg je liever dood, daar kan ik inkomen. En wat je niet zegt, wordt je later ook niet verweten. Maar luisteren kan zij als de beste. Het bestaat dus nog.
Een uurtje, mits enkele diplomatische adempauzes en stiltes, kan ik best wel volpraten, dat treft. Nu ik haar zo bekijk, erg knap is zij niet. Het moet gezegd. Een ruw kantje heeft zij. Een beetje wild, misschien. Veel concurrentie hoef ik niet te vrezen, zoveel is duidelijk. Maar zij is lief. En ik kan dat ook soms wel zijn. Ik voel aandacht en zie begrip in haar donkere ogen, ook haar dankbaarheid en zelfs hoop kan ik zien. En zowaar angst als wij half onder het gebladerte terug op haar stoep staan. Ik schrik er telkens van. Van die tragiek die je met je sleept omdat het onuitgesproken en onbegrepen blijft.
“25 november” roept de dame als zij mij in het oog krijgt. ”Wat dan op 25 november?” vraag ik, hoogst verbaasd. ”Dan doet de rechtbank uitspraak. Dan weten wij of zij terug naar haar baasje moet of hier kan blijven. In dat geval kan je haar adopteren, weet je?”.
Het hondenasiel is altijd al karig met informatie geweest.
HLN versus HDS
Verwijzingen naar http://huugendruug.eu zijn niet toevallig.
Veel mannen houden van anaal. Niet alleen homo’s, maar ook gewone getrouwde kerels: dat verbaasde me wel. Er was er één bij die er nooit genoeg van kon krijgen. Hij wilde dat ik álle dildo’s die we in huis hadden in zijn kont stopte. Op den duur moest ik zeggen dat het genoeg was, als ik het niet verantwoord vond om er nog iets bij te duwen.
En dan maar klagen over het niveau van de berichtgeving van HLN.
Alhier geen 710 domme blondjes voorradig
Verwijzingen naar http://huugendruug.eu zijn niet toevallig. Bepaalde links in dit artikel werden zonder mijn toestemming onklaar gemaakt.
Maar ze bestaan wel, die 710 moppen. En ik heb ze allemaal gelezen en goedgekeurd, daarom dat ik er niet meer mee kan lachen als ze mij voor de twaalfendertigste keer voorgeschoteld worden.
Hopelijk kan ù nog lachen met deze:

De loketbediende
Van de diensten van De Post maak ik al een vijftal jaren een quasi dagelijks gebruik. De loketbedienden vertrouw ik dan ook op hun blauwe ogen niet meer.
Het is 16 uur als ik als een natte poedel in het postkantoor een ticket uit de automaat haal, ik ben de enige bezoeker.
Christian Gevolgddoorachtcijfers overgewicht de hem toegemeten ruimte achter het glas. Alweer een nieuw gezicht, stel ik vast. Mijn postkantoor is een beruchte kweekvijver voor de met vrucht geslaagde ex-zelfstandigen die nog in extremis een minimumpensioen willen veilig stellen.
“Hebt gij wel een ticket genomen, madam?”
Ik mag dan wel vollopen met allerlei vooroordelen, aan mij zal je dat niet merken. Ik schuif zachtjes mijn ticket onder het glas, mijn pakje voor Saoedi-Arabië eveneens.
Christian Achtcijfers klungelt wat aan, net lang genoeg om mijn argwaan te wekken. Ik weet uit ervaring dat het tarief voor mijn pakje 5,40 euro is.
Voor het verdict valt, vraag ik dan ook, beleefd zoals ik doorgaans wel ben, ”hoeveel hebt u op mijn pakje gekleefd, mijnheer?”
“9 euro”, zegt Christian.
“En volgend jaar zal dat 15 euro zijn”.
“Het spijt me, mijnheer, maar ik ben het daar niet mee eens”. De dame die na mij het kantoor is binnengekomen, schatert het uit. Christian besluit daarop ditmaal niet zuinig uit de hoek te komen.
“Het kan niet in de brievenbus”.
“Neem mij niet kwalijk, dit kan wèl in de brievenbus, dit is een niet-genormaliseerde zending, rest van de wereld, 245 gram, formaat 230 x 300, dus 5,40 euro”.
“Het is één centimeter te groot”.
“Het is precies 23 cm. Wilt u het even op uw model leggen?”
Zeer tegen zijn zin, legt Christian mijn pakje op het model-van-de-waarheid dat hij als onderlegger gebruikt.
Mijn pakje past er precies in.
Een collega komt kijken en ziet dat mijn pakje mooi binnen de lijntjes ligt. Met een beetje schroom zegt zij dat ook.
“Het is één centimeter te groot”. Christian weer.
De hiërarchie wordt erbij gesleurd. Het pakje past wel degelijk.
“Neen, het is één centimeter te groot”.
Bezwijkend onder het kordate oordeel en de te verwachten evaluatie van zijn souschef, begint Christian met stijgend cholesterol de kleefzegel van 9 euro van mijn pakje af te pellen. ”Ik hoop dat zij het terugkrijgt” voegt hij er klantvriendelijk aan toe.
Het afpellen lukt hem niet, de klever scheurt in een vijftal stukjes.
“Er zijn nog wachtende klanten, madam”.
“Dat weet ik, mijnheer, ik ben ook een klant”.
Hij maakt een nieuwe kleefzegel van 5,40 euro aan. Hij zwijgt. Hij mokt.
De gelegenheid is te mooi, ik kan deze stilte niet onbenut laten.
“U zal mij niet gauw vergeten, mijnheer, ik u ook niet”.
“Nog iets, madam?”
Dit is mijn magisch moment. Ik heb even getwijfeld of ik het hem zou aandoen.
“Ja, nog een Multi Quick Pick van 10 euro, mijnheer”.
Bij elke nieuweling in dit kantoor breekt nu gegarandeerd het koude zweet uit. Ook dat weet ik uit ervaring.
“Voor de trekking van woensdag?”
“Neen, mijnheer, een Multi Quick Pick. Voor de trekking van woensdag, vrijdag en zaterdag”.
Christian trekt nu voluit mijn productkennis en mijn geestelijke vermogens in twijfel.
“Dat bestaat niet. Het is het een, of het ander, madam”.
Hij slooft zich nu uit. Hij bloost. Dit is zijn terrein, hier kan hij mij vermorzelen.
Stoïcijns, beminnelijk glimlachend, blijf ik zijn opgewonden uitleg aanhoren. Blindelings loopt hij in mijn gerichte aanval.
De souschef troont hem zwijgend mee naar het toestel en wijst hem de Multi Quick Pick-knoppen aan. ”Dat wist ik niet” hoor ik hem stamelen.
“Van 10 euro, madam?”
Om 16h29 legt hij het kasticket en de
formulieren in de schuiflade.
Ik dank deze eenmansramp van harte.
Tiens, gij ook al !